30/11/2009
Algemeen:
Het plan voor deze dag was dat ik het 1e uur de brugklas, het 3e uur v5 en het 5e uur v6 zou lesgeven.
De dag begon echter vervelend doordat ik me verslapen had en te laat kwam. Het eerste uur heb ik daarom geobserveerd en het 2e uur heb ik de voorbereidde les voor het eerste uur gegeven.
B1E
Deze groep had ik nog niet lesgegeven. Vandaar dat ik begon met mezelf voor te stellen. Ook maakte ik 1 afspraak: Temp = Muziek. Ik vroeg of de leerlingen begrepen wat ik daarmee bedoelde. Ramon vertelde dat tempo waarschijnlijk betekende dat de leerlingen goed meedoen en niet met elkaar praten. Toch merkte ik dat het niet heel stabiel verliep. Een grote oorzaak is dat de dag al niet lekker begon en ik daardoor ook moeite had om echt gefocussed te werken. “Je was onrustig” waren de woorden van Paul naderhand. Als een docent onrustig is, neemt de klas dat over.
De klas is heel enthousiast en doet graag mee. Er was sprake van veel ruis tussendoor. Op Laurens na, zijn de mensen die voor ruis zorgen eigenlijk heel enthousiast en steken vaak hun vinger op. Laurens zit vaak onderuit gezakt en wekt de indruk niet serieus te willen werken. Tussendoor heb ik het even helemaal stilgelegd om een concrete afspraak te maken: ‘Ik versta alleen de mensen die een vinger opsteken’.
Het werkblad ‘Appels en peren’ die ik voor deze dag had gemaakt blijkt meer uitleg vooraf nodig te hebben en wellicht wat wijzigingen aan het blad zelf. In tegenstelling tot afgelopen vrijdag waar ik de opdracht frontaal uitlegde en de leerlingen in groepjes zelfstandig aan de slag gingen was er nu onduidelijkheid bij het werken met het werkblad. Blijkbaar was het vrijdag gewoon prima op de manier waarop ik het deed.
De volgende keer:
• Zorg ik dat de leerlingen op dezelfde plek zitten als het einde van de les van vandaag
• Begin ik met afspraken maken en ga ik consequent te werk
• Oefen ik klassikaal ‘appel/peer’ ritmes
• Leg ik de opdracht frontaal uit (net als afgelopen vrijdag)
V5
Het opstarten van de les kostte even moeite omdat er geen pauze was na het brugklasuur en dat uur toch vrij veel energie had gekost. Floris en Wies zorgde in het begin vaak voor ruis en uiteindelijk heb ik na een aantal waarschuwingen Floris op een andere plek gezet. Ik voelde me een beetje opgelaten omdat ik niet snel een bovenbouwleerling op deze manier zou willen behandelen. Het was nu nodig en niemand had er problemen mee.
De overdracht van theorie is een moeilijkere taak dan bij de H4 klas waar de stof blijkbaar sneller opgepakt word. In de V5 groep is de mix wat groter: Floris en Wies pakken de stof snel op. Andere leerlingen hebben meer tijd nodig om te rekenen met een pianotoetspapier etc. De mineurladders van vorige week konden ze uiteindelijk weer ophalen en ik heb hen geleerd hoe de paralleltheorie in elkaar steekt. Ze hebben het gedeelte van ‘kruisen’ van het werkblad gemaakt en als huiswerk gaan ze de mollen maken.
De les vorige week had me een kater bezorgd doordat het zingen uitliep in een discussie over wat geschikt materiaal is en niet. Op aanraden van Paul ben ik vandaag meer gaan zingen en heb ik de stemvorming even aan z’n lot overgelaten op de manier waarop ik het de afgelopen keren toepastte. Dit was het belangrijkste gedeelte van de les omdat ik het gevoel had dat ik daar iets moest herstellen. Naderhand vroeg ik de leerlingen wat ze er van vonden en de reacties waren heel positief. Ik heb ze ook aangemoedigd om zelf eigentijdse songs mee te nemen omdat Wies met het verzoek kwam.
De volgende keer:
• Terugkomen op het huiswerk: kruisen/mollen werkblad
• Kruisen/mollen notatievolgorde + toonsoorten bepalen
• Nog meer zingen, klankvorming komt hierdoor op gang
Het v6 uur ging niet door. De volgende week gebruik ik gewoon de lesvoorbereiding die ik voor vandaag had gemaakt.
dinsdag 1 december 2009
vrijdag 27 november 2009
27/11/2009: Een fijne dag
27/11/2009
1e uur: 4 Havo (Paul komt later i.v.m. met een gesprek)
8.30uur
De leerlingen komen doorweekt van de regen binnen en hangen hun vesten en jassen over de verwarming om ze te laten drogen. Na een kort gesprek over het weer en de omgeving waar ze vandaan komen stelde ik voor om eerst even te gaan zingen ter opwarming en ontspanning. We zingen het lied I wish:
Ik zing het lied voor, daarna zingen ze mee. De dames vinden het te hoog... Dit is merkwaardig want de tonen van het couplet zijn e, fis, g en a... Is dit te hoog voor dames van 16?
We hebben niet ingezongen dus wellicht komt het zo goed als we uitgebreider aan de zang gaan.
8.45
Ik koppel terug op vorige week door te vragen wat we hebben gedaan.
Bach... mineur...
Ok... maar nu concreet?
We hebben geleerd over natuurlijk, harmonisch en melodisch mineur.
Ik herhaal de stof van vorige week met behulp van het bord. Ik noteer de ladders op en de leerlingen vertellen waar de kruisen en herstellingstekens horen te staan.
Nu weten ze wat de parallel van C groot is, namelijk A mineur. Hoe doen we dat nou eigenlijk?
1 1/2 toon omlaag.
Hoe noem je dat als interval?
Op het bord zet ik het interval van een kleine terts en vraag om de term. Dan vraag ik of een ander interval ook 1 1/2 toon verschil heeft? Dit is een moeilijke vraag, maar ik vind het goed om ze even uit te dagen en de hersens te laten werken. We komen uit op een grote terts, dat is 2 tonen verschil. Een secunde is 1 toon verschil, hoe heet dat? Precies, een grote secunde, blijkbaar kan die nog kleiner gemaakt worden? De kleine secunde staat nu ook op het bord. Ik veeg alle intervallen weg tot alleen de k.3. er nog staat, ‘alleen deze is nu belangrijk’ – ‘oooh... gelukkig’.
Ik deel het werkblad van kruisen en mollen, gemaakt door Paul, uit.
Ter voorbereiding voor het werkblad van kruisen en mollen noteer ik de ladder van G en vraag hoe deze majeur kan worden. Dan vraag ik wat de parallel is en laat zien dat ik met hetzelfde voorteken vanzelf natuurlijk mineur (aeolisch) krijg.
C had geen voortekens, G heeft een kruis, wat zal nu de volgende ladder zijn?
D groot
Heel goed. Nu mogen jullie de rij van ‘kruisen’ maken door de majeurladders met de parallellen te noteren met de bijhorende voortekens. Neem 10 min. de tijd om zelfstandig te werken.
De leerlingen werken 10 min. lang in topconcentratie en ik loop rond om te kijken hoe ze het er vanaf brengen. ‘Ziet er goed uit, de ladders kloppen. Let wel op waar je de voortekens vooraan noteert, fis hoort op de bovenste lijn..’ Een andere leerling leest nog niet zo lang noten en heeft een aantal ladders al op de verkeerde toonhoogte genoteerd, met pen.. Dan corrigeert hij z’n ladders als hij begrijpt wat er verkeerd is gegaan. (Aan het eind van de les geef ik hem een nieuw blad zodat hij het thuis even opnieuw kan opschrijven.)
Dan besluit ik, naar aanleiding van wat ik gezien heb aan voortekens noteren, om de volgorde van kruisen op het bord te zetten. De leerlingen kennen het rijtje helemaal uit het hoofd, alleen de plek van notatie vooraan is nog niet bekend. Als alle kruisen er staan en deleerlingen het overgenomen hebben vraag ik welke toonsoort het is. Hoe doe je dat? Laatste kruis + halve toon. Heel goed! Dan haal ik één voor één een kruis weg en vraag ik elke leerling om de beurt welke toonsoort er staat.
Het huiswerk voor volgende week is de rij van ‘mollen’. Ik vraag wat de majeurtoonsoort met 1 mol is en dan begrijpen de leerlingen de volgorde: Bij kruisen steeds een kwint omhoog, bij mollen een kwint omlaag.
9.20
Genoeg theorie, we gaan zingen.
Zoek even je ontspannen zanghouding op.
We beginnen met stemvorming: Begin op C: 1. tot 5. op ‘ja,
Ik doe het voor, wat doe ik? Mond open, inderdaad, overdrijf maar!
nee, zoem,
Waar resoneert de z? En de m? Nog een keer zoem. Heel goed!
lippen trillen.
Ik leer ze de canon To Stop The Train:
Per regel voor en naspreken.
Samen helemaal spreken.
Ik zing het voor
Leerlingen zingen mee.
Nog een keer samen en dan wat meer geven.
In canon: dames en heren appart
Pak I Wish erbij.
We zingen direct samen het hele lied. De dames moet ik tussendoor even helpen want die vinden het nog steeds te hoog of te laag. Ik laat ze de melodie met de piano meezingen en er komt ineens geluid uit de dames. Toch blijven ze onzeker en dat zet mij aan tot twijfel. Toch weet ik zeker dat het te doen is, ik vraag de dames of ze veel willen geven.
Ik geef zelf wat meer in de gitaarbegeleiding en dat werkt aanzienlijk goed. Zowel de dames als heren zingen ineens met veel toon en moed.
Paul koppelt terug op de les om te weten te komen wat er precies gedaan is.
REFLECTIE
Ik was heel erg tevreden over de les. De leerlingen konden terughalen wat ze de vorige keer hadden geleerd en werkten met uiterste concentratie aan het werkblad.
Bij het zingen had ik me voorgenomen om niet teveel bezig te gaan met stemvorming en vooral veel te begeleiden met piano en gitaar om ze uit de onzekerheid te houden. Dit werkte zeer goed en daarom ga ik dit maandag a.s. toepassen bij de 5 vwo.
De leerlingen in deze groep zijn heel ontspannen maar toch heel gefocussed en werken met alles mee. Met het zingen is er veel plezier te beleven en het contact met de groep is heel ontspannen en positief.
De volgende keer wil ik ze een nummer laten instuderen in bandformatie om ze dekans te geven om hun eigen instrument te gebruiken.
4e uur: B1d
LESINHOUD
- Inleiding
Ik heb kennisgemaakt met de groep: verteld over mezelf, gevraagd naar wat zij spelen.
- Theorie
Teruggekoppeld op ritme en notenwaarden
Maatsoort geïntroduceerd
Appel/peer klassikaal met bord gedaan
In groepjes 4 maten laten invullen met peren en appels
Om de beurt aan een keer door de ritmes laten spreken
Ritmes klappen onder begeleiding van drums
- Zingen
Compas
To Stop The Train
REFLECTIE
Doordat Paul niet in de les kreeg ik de kans om helemaal zelf de klas te leren kennen en afspraken te maken.
In het begin heb ik na een aantal ruismomenten moeten afspreken dat ik alleen reageer op mensen die hun vinger opsteken. Naarmate de les zich vorderde gingen meer leerlingen zich eraan houden doordat ik consequent met deze afspraak omging. Ik bleef de leerlingen corrigeren. Uiteindelijk waren er nog een paar jongens, in het bijzonder Kaaj, die ruis bleven veroorzaken. Ik hem na de les laten blijven en afgesproken dat hij volgende week op een andere plek gaat zitten.
Zolang de leerlingen musiceerde was er concentratie en inzet. Tussendoor bij het praten was er ruis.
De leerlingen zijn enthousiast en willen graag meedoen. Belangrijk is om consequent te blijven en de afspraken vast te houden.
Voor de volgende keer:
- Leerlingen op hun vaste afgesproken plek
- Afspraak herhalen: Alleen vingers krijgen aandacht
- Vaart in de les
1e uur: 4 Havo (Paul komt later i.v.m. met een gesprek)
8.30uur
De leerlingen komen doorweekt van de regen binnen en hangen hun vesten en jassen over de verwarming om ze te laten drogen. Na een kort gesprek over het weer en de omgeving waar ze vandaan komen stelde ik voor om eerst even te gaan zingen ter opwarming en ontspanning. We zingen het lied I wish:
Ik zing het lied voor, daarna zingen ze mee. De dames vinden het te hoog... Dit is merkwaardig want de tonen van het couplet zijn e, fis, g en a... Is dit te hoog voor dames van 16?
We hebben niet ingezongen dus wellicht komt het zo goed als we uitgebreider aan de zang gaan.
8.45
Ik koppel terug op vorige week door te vragen wat we hebben gedaan.
Bach... mineur...
Ok... maar nu concreet?
We hebben geleerd over natuurlijk, harmonisch en melodisch mineur.
Ik herhaal de stof van vorige week met behulp van het bord. Ik noteer de ladders op en de leerlingen vertellen waar de kruisen en herstellingstekens horen te staan.
Nu weten ze wat de parallel van C groot is, namelijk A mineur. Hoe doen we dat nou eigenlijk?
1 1/2 toon omlaag.
Hoe noem je dat als interval?
Op het bord zet ik het interval van een kleine terts en vraag om de term. Dan vraag ik of een ander interval ook 1 1/2 toon verschil heeft? Dit is een moeilijke vraag, maar ik vind het goed om ze even uit te dagen en de hersens te laten werken. We komen uit op een grote terts, dat is 2 tonen verschil. Een secunde is 1 toon verschil, hoe heet dat? Precies, een grote secunde, blijkbaar kan die nog kleiner gemaakt worden? De kleine secunde staat nu ook op het bord. Ik veeg alle intervallen weg tot alleen de k.3. er nog staat, ‘alleen deze is nu belangrijk’ – ‘oooh... gelukkig’.
Ik deel het werkblad van kruisen en mollen, gemaakt door Paul, uit.
Ter voorbereiding voor het werkblad van kruisen en mollen noteer ik de ladder van G en vraag hoe deze majeur kan worden. Dan vraag ik wat de parallel is en laat zien dat ik met hetzelfde voorteken vanzelf natuurlijk mineur (aeolisch) krijg.
C had geen voortekens, G heeft een kruis, wat zal nu de volgende ladder zijn?
D groot
Heel goed. Nu mogen jullie de rij van ‘kruisen’ maken door de majeurladders met de parallellen te noteren met de bijhorende voortekens. Neem 10 min. de tijd om zelfstandig te werken.
De leerlingen werken 10 min. lang in topconcentratie en ik loop rond om te kijken hoe ze het er vanaf brengen. ‘Ziet er goed uit, de ladders kloppen. Let wel op waar je de voortekens vooraan noteert, fis hoort op de bovenste lijn..’ Een andere leerling leest nog niet zo lang noten en heeft een aantal ladders al op de verkeerde toonhoogte genoteerd, met pen.. Dan corrigeert hij z’n ladders als hij begrijpt wat er verkeerd is gegaan. (Aan het eind van de les geef ik hem een nieuw blad zodat hij het thuis even opnieuw kan opschrijven.)
Dan besluit ik, naar aanleiding van wat ik gezien heb aan voortekens noteren, om de volgorde van kruisen op het bord te zetten. De leerlingen kennen het rijtje helemaal uit het hoofd, alleen de plek van notatie vooraan is nog niet bekend. Als alle kruisen er staan en deleerlingen het overgenomen hebben vraag ik welke toonsoort het is. Hoe doe je dat? Laatste kruis + halve toon. Heel goed! Dan haal ik één voor één een kruis weg en vraag ik elke leerling om de beurt welke toonsoort er staat.
Het huiswerk voor volgende week is de rij van ‘mollen’. Ik vraag wat de majeurtoonsoort met 1 mol is en dan begrijpen de leerlingen de volgorde: Bij kruisen steeds een kwint omhoog, bij mollen een kwint omlaag.
9.20
Genoeg theorie, we gaan zingen.
Zoek even je ontspannen zanghouding op.
We beginnen met stemvorming: Begin op C: 1. tot 5. op ‘ja,
Ik doe het voor, wat doe ik? Mond open, inderdaad, overdrijf maar!
nee, zoem,
Waar resoneert de z? En de m? Nog een keer zoem. Heel goed!
lippen trillen.
Ik leer ze de canon To Stop The Train:
Per regel voor en naspreken.
Samen helemaal spreken.
Ik zing het voor
Leerlingen zingen mee.
Nog een keer samen en dan wat meer geven.
In canon: dames en heren appart
Pak I Wish erbij.
We zingen direct samen het hele lied. De dames moet ik tussendoor even helpen want die vinden het nog steeds te hoog of te laag. Ik laat ze de melodie met de piano meezingen en er komt ineens geluid uit de dames. Toch blijven ze onzeker en dat zet mij aan tot twijfel. Toch weet ik zeker dat het te doen is, ik vraag de dames of ze veel willen geven.
Ik geef zelf wat meer in de gitaarbegeleiding en dat werkt aanzienlijk goed. Zowel de dames als heren zingen ineens met veel toon en moed.
Paul koppelt terug op de les om te weten te komen wat er precies gedaan is.
REFLECTIE
Ik was heel erg tevreden over de les. De leerlingen konden terughalen wat ze de vorige keer hadden geleerd en werkten met uiterste concentratie aan het werkblad.
Bij het zingen had ik me voorgenomen om niet teveel bezig te gaan met stemvorming en vooral veel te begeleiden met piano en gitaar om ze uit de onzekerheid te houden. Dit werkte zeer goed en daarom ga ik dit maandag a.s. toepassen bij de 5 vwo.
De leerlingen in deze groep zijn heel ontspannen maar toch heel gefocussed en werken met alles mee. Met het zingen is er veel plezier te beleven en het contact met de groep is heel ontspannen en positief.
De volgende keer wil ik ze een nummer laten instuderen in bandformatie om ze dekans te geven om hun eigen instrument te gebruiken.
4e uur: B1d
LESINHOUD
- Inleiding
Ik heb kennisgemaakt met de groep: verteld over mezelf, gevraagd naar wat zij spelen.
- Theorie
Teruggekoppeld op ritme en notenwaarden
Maatsoort geïntroduceerd
Appel/peer klassikaal met bord gedaan
In groepjes 4 maten laten invullen met peren en appels
Om de beurt aan een keer door de ritmes laten spreken
Ritmes klappen onder begeleiding van drums
- Zingen
Compas
To Stop The Train
REFLECTIE
Doordat Paul niet in de les kreeg ik de kans om helemaal zelf de klas te leren kennen en afspraken te maken.
In het begin heb ik na een aantal ruismomenten moeten afspreken dat ik alleen reageer op mensen die hun vinger opsteken. Naarmate de les zich vorderde gingen meer leerlingen zich eraan houden doordat ik consequent met deze afspraak omging. Ik bleef de leerlingen corrigeren. Uiteindelijk waren er nog een paar jongens, in het bijzonder Kaaj, die ruis bleven veroorzaken. Ik hem na de les laten blijven en afgesproken dat hij volgende week op een andere plek gaat zitten.
Zolang de leerlingen musiceerde was er concentratie en inzet. Tussendoor bij het praten was er ruis.
De leerlingen zijn enthousiast en willen graag meedoen. Belangrijk is om consequent te blijven en de afspraken vast te houden.
Voor de volgende keer:
- Leerlingen op hun vaste afgesproken plek
- Afspraak herhalen: Alleen vingers krijgen aandacht
- Vaart in de les
maandag 23 november 2009
23/11: Een dag van leermomenten en voldoening
Reflectie vwo 5 (niet een fijne les, gehaast door 50min. rooster, onjuist zangmateriaal)
Theorie
Door het 50 min. rooster, waar ik niet op gerekend had, moest ik tempo maken om toch mineur te behandelen en te zingen. Dit zorgde voor een vrij gehaaste les.
Ze hebben de mineuropdrachten gemaakt maar de komende les is het goed om het klassikaal behandelen en toe te laten passen in een speelstuk.
Zingen
Het meest belangrijke gedeelte was het zingen. De leerlingen maken meer klank en zijn zekerder dan de eerste keer dat ik met ze zong. Toch is het zingmateriaal niet geschikt en merken de leerlingen dat het voor mij gewenste resultaat niet bereikt word.
- ‘losmaakoefeningen’ e.d. zijn niet voor hun niveau
- canon is niet geschikt
Voor de volgende keer is het belangrijk om de flow in het zingen te creëeren door:
• Veel geschikte liedjes te zingen
• Met begeleiding ondersteunen
• In de flow de klankeisen naar voren halen
• Theorie klassikaal doornemen en verder met parallellen.
Vwo 6 (fijne les, contrastrerend met het lesuur vwo 5)
Geschiedenis
Dit gedeelte moest uiteraard ook ingekort worden. Aan de hand van luistervoorbeelden liet ik ze stijlen en genres benoemen. De ontwikkeling van de muziek in de Middeleeuwen tot Renaissance werd aan de hand van de vogelvlucht duidelijk en zo belandden we bij het madrigaal in Italië.
Deze leerlingen hebben meer interesse en zijn al verder qua nivea met zingen t.o.v. de vwo 5 groep.
De les begon 15min. later dan begintijd doordat leerlingen nog naar het toilet moesten en het rooster sowieso tijdens de schooldag wat chaos opleverde als het gaat om op tijd zijn.
Na 30min. geschiedenis bleef er dus nog maar 5min. voor Zang over:
In deze 5min. heb ik ‘Have a nice day’ helemaal eenstemmig door kunnen zingen. Het niveau van de groep droeg daar veel aan bij.
De volgende keer:
• Verder met geschiedenis (madrigaal & chanson)
• Have a nice day naar meerstemmig toe werken (evt. instrumenten)
Theorie
Door het 50 min. rooster, waar ik niet op gerekend had, moest ik tempo maken om toch mineur te behandelen en te zingen. Dit zorgde voor een vrij gehaaste les.
Ze hebben de mineuropdrachten gemaakt maar de komende les is het goed om het klassikaal behandelen en toe te laten passen in een speelstuk.
Zingen
Het meest belangrijke gedeelte was het zingen. De leerlingen maken meer klank en zijn zekerder dan de eerste keer dat ik met ze zong. Toch is het zingmateriaal niet geschikt en merken de leerlingen dat het voor mij gewenste resultaat niet bereikt word.
- ‘losmaakoefeningen’ e.d. zijn niet voor hun niveau
- canon is niet geschikt
Voor de volgende keer is het belangrijk om de flow in het zingen te creëeren door:
• Veel geschikte liedjes te zingen
• Met begeleiding ondersteunen
• In de flow de klankeisen naar voren halen
• Theorie klassikaal doornemen en verder met parallellen.
Vwo 6 (fijne les, contrastrerend met het lesuur vwo 5)
Geschiedenis
Dit gedeelte moest uiteraard ook ingekort worden. Aan de hand van luistervoorbeelden liet ik ze stijlen en genres benoemen. De ontwikkeling van de muziek in de Middeleeuwen tot Renaissance werd aan de hand van de vogelvlucht duidelijk en zo belandden we bij het madrigaal in Italië.
Deze leerlingen hebben meer interesse en zijn al verder qua nivea met zingen t.o.v. de vwo 5 groep.
De les begon 15min. later dan begintijd doordat leerlingen nog naar het toilet moesten en het rooster sowieso tijdens de schooldag wat chaos opleverde als het gaat om op tijd zijn.
Na 30min. geschiedenis bleef er dus nog maar 5min. voor Zang over:
In deze 5min. heb ik ‘Have a nice day’ helemaal eenstemmig door kunnen zingen. Het niveau van de groep droeg daar veel aan bij.
De volgende keer:
• Verder met geschiedenis (madrigaal & chanson)
• Have a nice day naar meerstemmig toe werken (evt. instrumenten)
woensdag 18 november 2009
2 november
(Onder dit bericht staan reflecties van recent gegeven lessen.)
02/11/2009
1e lesuur: H4d/V5
De les begon ontspannen en plezierig met het voorstellen van mezelf en de leerlingen. Met tussendoor grappen en verhalen van de leerlingen en van mij was het een leuk gesprek. Ik heb van elke leerling zijn/haar naam, instrument en ervaring kunnen opschrijven. Tijdens de kennismaking was aan de linkerkant, waar Floris, Roos, Wies en Sanne-Marije zitten, regelmatig onrustig. Contact met de hele groep was daarom constant essentiëel. Een blik naar links terwijl ik met een leerling rechts praat was genoeg om de orde te bewaren. Het gesprek duurde niet veel meer dan een 15min.
Het volgende onderdeel was de introductie van mineur. Ik was er vanuit gegaan dat de klas al geleerd had over intervallen maar dit bleek niet een juiste inschatting te zijn. De klas staat nog in het beginstadium van het examenvak, dus alles is nieuw.
Dit onderdeel begon ik met een gesprek over wat er al bekend is over mineur onder de leerlingen. Het onderwerp was al eens ter sprake gekomen maar nog geen uitgebreide uitleg.
Als eerste liet k de leerlingen de toonladder van C majeur opschrijven met onder de noten de toonsafstanden. Ik speelde het op de piano en liet ze daarna meezingen op notennamen. Daarna noteerden ze de toonladder van a tot a met daaronder de toonsafstanden. Ook deze speelde ik voor en liet daarna hen meezingen op notennamen.
Met uitleg over de termparalleltoonsoorten liet ik de leerlingen de D majeur en A majeur opschrijven met opdracht de paralleltoonsoorten eronder op te schrijven. Intussen verliet ik het lokaal om het speelstuk te gaan kopiëren. Bij terugkomst werd er onderling besproken wat voor tonen er in de ladders hoorden.
Als laatste onderdeel liet ik de leerlingen in 10 min. een speelstuk van Kortjake in majeur en mineur instuderen. De leerlingen werkten in tweetallen en bleven allemaal beneden. Na 10min. zat het majeurgedeelte er al vrij goed (Anoeska en Jonas liepen nog achter) in en werd het goed met z’n allen samengespeeld. Het mineurgedeelte had nog even studeertijd nodig dus ik gaf nog 3 min. om dit goed te krijgen. Jochem en Bas speelden de melodie en 2e stem al helemaal goed dus die gaf ik in deze 3 min. de tijd om de basstem in te studeren, daarna mochten ze zelf kiezen wat ze wilde spelen in samenspel met de groep.
De laatste 3 min. haalde ik de leerlingen bij de piano om te zingen. Het compas kunnen ze qua noten goed zingen. Nu wilde ik in het kort een goede zanghouding leren en opnieuw laten zingen. Vooral bij de jongens hoorde ik verbeterng in intonatie en stemkleur.
Aandachtspunten:
• Zorgen voor vaart in de les
• Voor de les kopieën verzorgen, materiaal klaar voor gebruik
• Qua zanghouding en stemgebruik is er nog een hoop te leren
• Terugkoppelen aan het eind van de les
2e lesuur V6
In deze les heb ik uitgebreid (15min) kennis kunnen maken met de 5 leerlingen. We hebben het gehad over het eindconcert op 4 maart en hun wensen en verwachtingen over de periode die voorafgaat. In de komende lessen nemen ze een idee voor het eindconcert mee als ze dat willen.
Bij het behandelen van de cantus firmus wilde ik vooraf ein vogelvlucht van middeleeuwen tot renaissance de ontwikkeling van de meerstemmigheid doornemen. Toen belandden we in de Renaissance en dus in hoofdstuk 2. Bij deze vogelvlucht gaf ik voorbeelden aan de piano om ze te laten ervaren hoe muziek klonk in de loop van de ontwikkeling.
Hierna heb ik de termen polyfonie, homofonie en cantus firmus uitgelegd. Hier stelden ze een aantal vragen over en uiteindelijk rondde ik het verhaal af.
Als 2e onderdeel gebruikte ik de computer om een luisteropdracht te doen. Hierin werden 2 versies van een volkslied vergeleken. De opdracht was om naar de oorspronkelijke notatie te kijken en de nieuwe versie te beluisteren en verschillen te ontdekken. Uiteindelijk wisten ze alle verschillen te ontdekken. Deze opdracht diende als solfége en leesvaardigheid oefening. De volgende keer kan ik terugkomen op de cantus firmus en de bijhorende luisteropdracht laten maken.
Voor het zingen was er minder tijd over dan ik geplanned had. Dit had de volgende oorzaken:
- De les begon later door het plannen met agenda’s
- De luisteropdracht had meer tijd nodig door de complexe opdracht, dit was van te voren moeilijk in te schatten omdat ik nog geen antwoordmodel en volledig bronnenboek had
We hebben alleen I Wish doorgezongen met tekst op de beamer. Ze kennen het lied al dus dat werkte mee in het doozingen. De volgende keer wil ik dit lied uitwerken en meerstemmige passages aanbrengen.
Aandachtspunten
• Vaart in de lesonderdelen
• Materiaal voor de les klaar
• Bronboek en antwoordmodel kopiëren
• Inschatten van opdrachten
• Terugkoppelen aan het eind van de les
02/11/2009
1e lesuur: H4d/V5
De les begon ontspannen en plezierig met het voorstellen van mezelf en de leerlingen. Met tussendoor grappen en verhalen van de leerlingen en van mij was het een leuk gesprek. Ik heb van elke leerling zijn/haar naam, instrument en ervaring kunnen opschrijven. Tijdens de kennismaking was aan de linkerkant, waar Floris, Roos, Wies en Sanne-Marije zitten, regelmatig onrustig. Contact met de hele groep was daarom constant essentiëel. Een blik naar links terwijl ik met een leerling rechts praat was genoeg om de orde te bewaren. Het gesprek duurde niet veel meer dan een 15min.
Het volgende onderdeel was de introductie van mineur. Ik was er vanuit gegaan dat de klas al geleerd had over intervallen maar dit bleek niet een juiste inschatting te zijn. De klas staat nog in het beginstadium van het examenvak, dus alles is nieuw.
Dit onderdeel begon ik met een gesprek over wat er al bekend is over mineur onder de leerlingen. Het onderwerp was al eens ter sprake gekomen maar nog geen uitgebreide uitleg.
Als eerste liet k de leerlingen de toonladder van C majeur opschrijven met onder de noten de toonsafstanden. Ik speelde het op de piano en liet ze daarna meezingen op notennamen. Daarna noteerden ze de toonladder van a tot a met daaronder de toonsafstanden. Ook deze speelde ik voor en liet daarna hen meezingen op notennamen.
Met uitleg over de termparalleltoonsoorten liet ik de leerlingen de D majeur en A majeur opschrijven met opdracht de paralleltoonsoorten eronder op te schrijven. Intussen verliet ik het lokaal om het speelstuk te gaan kopiëren. Bij terugkomst werd er onderling besproken wat voor tonen er in de ladders hoorden.
Als laatste onderdeel liet ik de leerlingen in 10 min. een speelstuk van Kortjake in majeur en mineur instuderen. De leerlingen werkten in tweetallen en bleven allemaal beneden. Na 10min. zat het majeurgedeelte er al vrij goed (Anoeska en Jonas liepen nog achter) in en werd het goed met z’n allen samengespeeld. Het mineurgedeelte had nog even studeertijd nodig dus ik gaf nog 3 min. om dit goed te krijgen. Jochem en Bas speelden de melodie en 2e stem al helemaal goed dus die gaf ik in deze 3 min. de tijd om de basstem in te studeren, daarna mochten ze zelf kiezen wat ze wilde spelen in samenspel met de groep.
De laatste 3 min. haalde ik de leerlingen bij de piano om te zingen. Het compas kunnen ze qua noten goed zingen. Nu wilde ik in het kort een goede zanghouding leren en opnieuw laten zingen. Vooral bij de jongens hoorde ik verbeterng in intonatie en stemkleur.
Aandachtspunten:
• Zorgen voor vaart in de les
• Voor de les kopieën verzorgen, materiaal klaar voor gebruik
• Qua zanghouding en stemgebruik is er nog een hoop te leren
• Terugkoppelen aan het eind van de les
2e lesuur V6
In deze les heb ik uitgebreid (15min) kennis kunnen maken met de 5 leerlingen. We hebben het gehad over het eindconcert op 4 maart en hun wensen en verwachtingen over de periode die voorafgaat. In de komende lessen nemen ze een idee voor het eindconcert mee als ze dat willen.
Bij het behandelen van de cantus firmus wilde ik vooraf ein vogelvlucht van middeleeuwen tot renaissance de ontwikkeling van de meerstemmigheid doornemen. Toen belandden we in de Renaissance en dus in hoofdstuk 2. Bij deze vogelvlucht gaf ik voorbeelden aan de piano om ze te laten ervaren hoe muziek klonk in de loop van de ontwikkeling.
Hierna heb ik de termen polyfonie, homofonie en cantus firmus uitgelegd. Hier stelden ze een aantal vragen over en uiteindelijk rondde ik het verhaal af.
Als 2e onderdeel gebruikte ik de computer om een luisteropdracht te doen. Hierin werden 2 versies van een volkslied vergeleken. De opdracht was om naar de oorspronkelijke notatie te kijken en de nieuwe versie te beluisteren en verschillen te ontdekken. Uiteindelijk wisten ze alle verschillen te ontdekken. Deze opdracht diende als solfége en leesvaardigheid oefening. De volgende keer kan ik terugkomen op de cantus firmus en de bijhorende luisteropdracht laten maken.
Voor het zingen was er minder tijd over dan ik geplanned had. Dit had de volgende oorzaken:
- De les begon later door het plannen met agenda’s
- De luisteropdracht had meer tijd nodig door de complexe opdracht, dit was van te voren moeilijk in te schatten omdat ik nog geen antwoordmodel en volledig bronnenboek had
We hebben alleen I Wish doorgezongen met tekst op de beamer. Ze kennen het lied al dus dat werkte mee in het doozingen. De volgende keer wil ik dit lied uitwerken en meerstemmige passages aanbrengen.
Aandachtspunten
• Vaart in de lesonderdelen
• Materiaal voor de les klaar
• Bronboek en antwoordmodel kopiëren
• Inschatten van opdrachten
• Terugkoppelen aan het eind van de les
Een rustige week
Examens en toetsen op de school gaven mij een week rust. Alleen op de vrijdag kreeg ik de eer de VWO5 groep les te geven. In deze les ging ik door met de Renaissance. De les begon ik met een luisterfragment: Gregoriaans eenstemmig. Ik vroeg de leerlingen wat ze hoorde en duidelijk in termen te weergeven wat voor soort muziek het is.
Nog een fragment: Gregoriaans met parallel organum. Een leerling gooide gelijk de term parallel eruit ('wow...'). Als laatste fragment: Gregoriaans, 4 stemmig.
Door dit luisteren te trainen wil ik vaker de les zo beginnen, het zorgt ook voor aandacht en laat de hersenen goed werken.
Uitgebreide reflectie op de les:
Opmerkingen van Paul Koolen.
Geschiedenis
* Introductie prima; de belangstelling was er direct
De luistervoorbeelden zijn prima. “Kunnen de leerlingen dit nu ook helemaal zelfstandig zonder jouw suggestieve vragen er bij?”
* Maak je verhaal wat meet zichtbaar. Vertellen met het bord er bij of laptop. Je blijft keurig netjes op je plek zitten
Door het maken van aantekeningen zijn de leerlingen actief en betrokken.
Op zich is de inhoud van je verhaal prima maar het blijft wat te theoretisch.
* De evaluatie met de groep brengt bovenstaande punten goed aan het licht
Knap gedaan!
zang
* Compas met “k”: kompasoefening
* Geef de leerlingen de ruimte om goed adem te halen. Doordat je er vaart in wil houden ga je wel eens te snel waardoor te gehaast moet. Dit gaat ten koste van de klank.
* Het lied is deze toonsoort goed te zingen voor deze leerlingen. De dames moeten er nog wat aan wennen en voor hun gevoel is het al snel te hoog.
Je merkt dat het uiteindelijk wel gaat en de klank is redelijk.
Goede les.
Reflectie door Jelmer:
In algemene zin ben ik tevreden over de les, het verliep soepeler dan ik voorspelde. In de voorbereiding kostte het namelijk veel moeite om een aansluiting op de les van vorige week te bedenken. Deze week was waarschijnlijk vrij hektisch voor de leerlingen vanwege de schoolexamens en toetsen. ‘Hoeveel zouden ze nog weten?’, ‘Moet ik de stof herhalen?’, dergelijke vragen gingen door me heen in de voorbereiding.
Uiteindelijk besloot ik met behulp van luisterfragmenten dezelfde stof te herhalen om uiteindelijk in de Renaissance te belanden. Verschil met vorige les is dat ik ze nu er toe aanzette om aantekeningen te maken. Dit zorgde voor een focus bij de leerlingen.
Na het behandelen van de stof vroeg ik wat ze van de manier van mijn manier van lesgeven vonden. Hier durfden ze eerlijk over te zijn en dat leverde goede kritiekpunten op:
- Het theoretisch gedeelte korter van duur
- Let op de hoeveelheid stof
- Duidelijkheid over wat opgeschreven moet worden
- Zorg voor afwisseling
Het zingen is nog een vrij onzeker gebeuren. De leerlingen zijn niet gewend om een warming-up te doen, of om veel toon te maken met de stem. Hoewel er in een les progressie te bevinden is, is het een uitdaging om ze in de komende lessen zover mogelijk te krijgen.
De toonhoogte van I Wish was volgens 2 meiden te hoog. Dit klopte niet, maar het deed me wel twijfelen. Ik zette ze ertoe om meer te geven van zichzelf zodat ik kon horen of het echt klopte.
Ik was er vanuit gegaan dat iedereen het lied zou kennen omdat het al eerder geleerd was. Een tweetal leerlingen kende het lied niet en alleen tekst was daarom niet voldoende.
Gecombineerd mijn reflectie, die van de leerlingen en de opmerkingen van Paul kom ik tot de volgende samenvatting:
Theorie/didaktiek:
- Beginnen met luisteren naar muziek zorgt voor een goede inleiding. Binnen het behandelen van de stof is het goed om te zorgen voor afwisseling in wat leerlingen doen (schrijven, luisteren, vragen, zelfstandig analyseren).
- Hoe ver help ik de leerlingen in zelfstandigheid? Wat kunnen ze zonder hulp? Het is goed om te kijken hoe ver een leerling zelfstanig komt zonder heel suggestief te vragen en te werken naar een bepaald punt.
- Inhoudelijk klopt de theorie die ik vertel. Echter, het vertellen van een verhaal kan door gebruik van expressie, beweging, illustraties, anekdotes meer vorm krijgen. Zorg voor een pakkend verhaal!
Zingen/coaching:
- Zorg voor tekst met noten
- Toonhoogte is bepaald van te voren, niet meer aan twijfelen
- Manieren bedenken om onzekerheid uit de wereld te helpen
- Wat wil ik voor eindresultaat per les?
Nog een fragment: Gregoriaans met parallel organum. Een leerling gooide gelijk de term parallel eruit ('wow...'). Als laatste fragment: Gregoriaans, 4 stemmig.
Door dit luisteren te trainen wil ik vaker de les zo beginnen, het zorgt ook voor aandacht en laat de hersenen goed werken.
Uitgebreide reflectie op de les:
Opmerkingen van Paul Koolen.
Geschiedenis
* Introductie prima; de belangstelling was er direct
De luistervoorbeelden zijn prima. “Kunnen de leerlingen dit nu ook helemaal zelfstandig zonder jouw suggestieve vragen er bij?”
* Maak je verhaal wat meet zichtbaar. Vertellen met het bord er bij of laptop. Je blijft keurig netjes op je plek zitten
Door het maken van aantekeningen zijn de leerlingen actief en betrokken.
Op zich is de inhoud van je verhaal prima maar het blijft wat te theoretisch.
* De evaluatie met de groep brengt bovenstaande punten goed aan het licht
Knap gedaan!
zang
* Compas met “k”: kompasoefening
* Geef de leerlingen de ruimte om goed adem te halen. Doordat je er vaart in wil houden ga je wel eens te snel waardoor te gehaast moet. Dit gaat ten koste van de klank.
* Het lied is deze toonsoort goed te zingen voor deze leerlingen. De dames moeten er nog wat aan wennen en voor hun gevoel is het al snel te hoog.
Je merkt dat het uiteindelijk wel gaat en de klank is redelijk.
Goede les.
Reflectie door Jelmer:
In algemene zin ben ik tevreden over de les, het verliep soepeler dan ik voorspelde. In de voorbereiding kostte het namelijk veel moeite om een aansluiting op de les van vorige week te bedenken. Deze week was waarschijnlijk vrij hektisch voor de leerlingen vanwege de schoolexamens en toetsen. ‘Hoeveel zouden ze nog weten?’, ‘Moet ik de stof herhalen?’, dergelijke vragen gingen door me heen in de voorbereiding.
Uiteindelijk besloot ik met behulp van luisterfragmenten dezelfde stof te herhalen om uiteindelijk in de Renaissance te belanden. Verschil met vorige les is dat ik ze nu er toe aanzette om aantekeningen te maken. Dit zorgde voor een focus bij de leerlingen.
Na het behandelen van de stof vroeg ik wat ze van de manier van mijn manier van lesgeven vonden. Hier durfden ze eerlijk over te zijn en dat leverde goede kritiekpunten op:
- Het theoretisch gedeelte korter van duur
- Let op de hoeveelheid stof
- Duidelijkheid over wat opgeschreven moet worden
- Zorg voor afwisseling
Het zingen is nog een vrij onzeker gebeuren. De leerlingen zijn niet gewend om een warming-up te doen, of om veel toon te maken met de stem. Hoewel er in een les progressie te bevinden is, is het een uitdaging om ze in de komende lessen zover mogelijk te krijgen.
De toonhoogte van I Wish was volgens 2 meiden te hoog. Dit klopte niet, maar het deed me wel twijfelen. Ik zette ze ertoe om meer te geven van zichzelf zodat ik kon horen of het echt klopte.
Ik was er vanuit gegaan dat iedereen het lied zou kennen omdat het al eerder geleerd was. Een tweetal leerlingen kende het lied niet en alleen tekst was daarom niet voldoende.
Gecombineerd mijn reflectie, die van de leerlingen en de opmerkingen van Paul kom ik tot de volgende samenvatting:
Theorie/didaktiek:
- Beginnen met luisteren naar muziek zorgt voor een goede inleiding. Binnen het behandelen van de stof is het goed om te zorgen voor afwisseling in wat leerlingen doen (schrijven, luisteren, vragen, zelfstandig analyseren).
- Hoe ver help ik de leerlingen in zelfstandigheid? Wat kunnen ze zonder hulp? Het is goed om te kijken hoe ver een leerling zelfstanig komt zonder heel suggestief te vragen en te werken naar een bepaald punt.
- Inhoudelijk klopt de theorie die ik vertel. Echter, het vertellen van een verhaal kan door gebruik van expressie, beweging, illustraties, anekdotes meer vorm krijgen. Zorg voor een pakkend verhaal!
Zingen/coaching:
- Zorg voor tekst met noten
- Toonhoogte is bepaald van te voren, niet meer aan twijfelen
- Manieren bedenken om onzekerheid uit de wereld te helpen
- Wat wil ik voor eindresultaat per les?
Gewijzigde plannen.. niet altijd verkeerd
Het eerste uur was VWO5 en omdat ik de vorige keer gestart was met mineur in de combiklas VWO5/HAVO4 leek het Paul een beter idee om VWO5 een geschiedenisles te geven. Het madrigaal/chanson verhaal voor VWO6 kon ik zo oefenen in dit uur. Volgende keer goed overleggen met Paul om korte termijn planwijzigingen te voorkomen.
Het 3e uur HAVO5 begon al leuk met onverwacht publiek: 4 jongens kwamen graag een kijkje nemen bij hun klasgenoten die muziek hebben gekozen. Door duidelijk te maken dat ik niet van mijn plan ging afwijken en ze bij alles mee hoorde te doen was dit geen enkel probleem. Ik heb verteld over de meerstemmigheid en gaf ter verduidelijking voorbeelden m.b.v. de piano. Ook deze leerlingen stellen goede vragen en ik haal net als in de basisschoolstages energie uit de lessen die ik geef: gemotiveerd, leergierig en enthousiast. De voorbeelden die ik speelde op de piano liet ik hen samenspelen in tweetallen en uiteindelijk samen in de groep. Dit laatste onderdeel was niet gepland maar het bleek goed te werken. Voor mijn idee zou het te simpel voor hen zijn om dit te gaan 'instuderen' maar ze waren er goed zoet mee. Juist het werken in tweetallen werkt goed: een leerling speelt met twee handen en begeleidt de andere leerling die met moeite een regel speelt.
Voor het eerst dat ik solfegeles mag geven aan leerlingen. Met inspiratie en tools van meneer Berends kon ik zelfs Paul ertoe zetten mij te vragen waar ik het materiaal vandaan had gehaald. De leerlingen gaf ik 7 min. de tijd om zelfstandig zonder instrument een melodielijn in te studeren. Na deze regel te hebben doorgenomen en naar elkaar geluisterd hadden liet ik ze de 2e regel, oningestudeerd, zingen. Ik heb goed het niveau van elke leerlingen kunnen bepalen en daar kan ik de volgende keer op inspelen.
Voor het zingen was er niet veel tijd meer, waarschijnlijk doordat ik ze ongepland de meerstemmigheidtechnieken liet spelen. Dit onderdeel had prioriteit dus wat minder zingen is in dit geval geen ramp. Deze leerlingen durven meer te geven dan de VWO5 groep, waarschijnlijk omdat deze 4 leerlingen wat nauwer met elkaar verbonden zijn. De VWO5 groep bestaat meer uit kliekjes en zit vol onzekerheid naar elkaar toe, de jongens echter zingen het meest overtuigend (kom je niet vaak tegen).
Het 5e uur ging door afwezigheid van leerlingen niet door.
Het 3e uur HAVO5 begon al leuk met onverwacht publiek: 4 jongens kwamen graag een kijkje nemen bij hun klasgenoten die muziek hebben gekozen. Door duidelijk te maken dat ik niet van mijn plan ging afwijken en ze bij alles mee hoorde te doen was dit geen enkel probleem. Ik heb verteld over de meerstemmigheid en gaf ter verduidelijking voorbeelden m.b.v. de piano. Ook deze leerlingen stellen goede vragen en ik haal net als in de basisschoolstages energie uit de lessen die ik geef: gemotiveerd, leergierig en enthousiast. De voorbeelden die ik speelde op de piano liet ik hen samenspelen in tweetallen en uiteindelijk samen in de groep. Dit laatste onderdeel was niet gepland maar het bleek goed te werken. Voor mijn idee zou het te simpel voor hen zijn om dit te gaan 'instuderen' maar ze waren er goed zoet mee. Juist het werken in tweetallen werkt goed: een leerling speelt met twee handen en begeleidt de andere leerling die met moeite een regel speelt.
Voor het eerst dat ik solfegeles mag geven aan leerlingen. Met inspiratie en tools van meneer Berends kon ik zelfs Paul ertoe zetten mij te vragen waar ik het materiaal vandaan had gehaald. De leerlingen gaf ik 7 min. de tijd om zelfstandig zonder instrument een melodielijn in te studeren. Na deze regel te hebben doorgenomen en naar elkaar geluisterd hadden liet ik ze de 2e regel, oningestudeerd, zingen. Ik heb goed het niveau van elke leerlingen kunnen bepalen en daar kan ik de volgende keer op inspelen.
Voor het zingen was er niet veel tijd meer, waarschijnlijk doordat ik ze ongepland de meerstemmigheidtechnieken liet spelen. Dit onderdeel had prioriteit dus wat minder zingen is in dit geval geen ramp. Deze leerlingen durven meer te geven dan de VWO5 groep, waarschijnlijk omdat deze 4 leerlingen wat nauwer met elkaar verbonden zijn. De VWO5 groep bestaat meer uit kliekjes en zit vol onzekerheid naar elkaar toe, de jongens echter zingen het meest overtuigend (kom je niet vaak tegen).
Het 5e uur ging door afwezigheid van leerlingen niet door.
maandag 26 oktober 2009
Stage HDM5
26 oktober 2009 - Nieuwe Eemland College (Amersfoort)
Het begon allemaal goed vanmorgen toen ik om 6:45uur opstond. Rustig ontbijten, douchen, fietsen naar het station. Ík was op tijd op het station maar het ándere belangrijke deel, namelijk de trein, was niet op tijd. Na 15 min. vertrok de intercity richting Enschedé dan eindelijk. Op Amersfoort CS lukte het ook niet gelijk om een andere bus te vinden dan in de planning stond. Dan maar bus 70 richting Hilversum die mij om 8.40 afleverde in de buurt van de school. Zodra ik uitstapte klopte de omgeving niet met waar ik volgens 9292ov zou zijn uitgestapt met de bus waarmee ik had moeten komen. Na een half uur verdwaald te zijn, en scholieren op fietsen achtervolgd te hebben, betreed ik het terrein van het Nieuwe Eemland. Het zou net zo goed een campus in Engeland kunnen zijn waar ik loop, maar gelukkig heb ik de foto's van de website in m'n hoofd en komen die aardig overeen, op het Schotse weer van vandaag na. Het gebouw dat veel wegheeft van een kasteel, staat er al enige tijd. In de afgelopen decennia zijn er wat stukken aangebouwd en biedt het gebouw ruimte voor 1300 leerlingen. Verdwalen is niet moeilijk want door alle aanbouw is er geen vaste structuur meer te herkennen. Het muzieklokaal bevindt zich appart van het hoofdgebouw en is volgens de conciërge die me de weg wijst het mooiste lokaal van de school. Het lokaal bevat het bekende instrumentarium van combo instrumenten tot keyboards en marimba's. Een trap leidt naar de zolder die extra ruimte biedt voor bijv. het oefenen van de speelstukken.
Dan ontmoet ik de man waarmee ik al telefonische en emailcontact heb gehad, voor en in de herfstvakantie. Zijn naam is Paul Koolen en hij geeft les sinds lang voor de tijd dat mijn moeder mijn bestaan in de planning had. Hij is geboren, getogen en woont in de zuiderlijke streken van het land: limburg. En het is daarom niet gek dat hij van de blaasinstrumenten en harmonie is. (Overigens de eerste in Nederland die hoofdvak bügel heeft gestudeerd)
Het 2e lesuur
De eerste les die ik bijwoon. Een 5 vwo groepje van 5 meiden, dat is het... Ze beginnen met solfége en oefenen zelfstandig zonder hulp van een instument een melodie in D groot. Dan komen ze weer bij elkaar en laten horen wat ze kunnen. De ene meid heeft alvast de volgende 2 regels geoefend. De andere kon net nog voor zichzelf de eerste regel, maar de spanning is nu iets te veel. Ijverig zijn ze alle 5 en het verbaast me wat ze allemaal al kunnen. Aan het eind van de les laten ze hun zangkwaliteiten en -enthousiasme horen. Ze kennen meerdere 4-stemmige stukken uit het hoofd.
Pauze
3e lesuur
Dan nu een brugklas. Ik zit tussen de leerlingen aan de zijkant en kijk hoe Paul deze klas controleert. Deze klas is enthousiast en moet de grenzen van het uiten hiervan leren kennen. Paul is een docent die weet hoe ie het hebben wil. Hij geeft ruimte voor een goede sfeer en gezelligheid maar corrigeert op het punt waar het gedrag hinderlijk wordt. De leerlingen met de brutaalste mond pakt hij het snelst en hardst aan.
Aandachtspunten:
* Het meisje in de hoek staat haar woordje klaar
* De jongen in midden van de middelste rij zit graag achterom.
Pauze
4e lesuur
Een 2e klas waarin het niveauverschil met de vorige groep direct te merken is. Deze leerlingen voelen zich al meer thuis en de 'stoere' jongens kan je eruit pikken. Eén jongen doet iets te stoer en word na meerdere opmerkingen aangesproken en krijgt straf voor na schooltijd, 'en een telefoontje naar huis' wordt toegevoegd. Nu kan hij het niet laten hier ook nog eens een opmerking over te maken en voor meneer Koolen is de maat vol: "Sodemieter maar op". De stilte vult de ruimte en je hoort de harten kloppen.
Na dit punt komt er vrij snel weer een ontspannen sfeer terug in de rustige spreektoon van Paul en hij gaat rustig verder met uitleggen van de termen consonsant, dissonant, beat, afterbeat etc.
De leerlingen gaan zelfstandig aan de slag met een speelstuk en laten aan het eind van de les samen horen waar zo hard op geoefend is. De leerling die het perfect kan laat het in solo horen en daarna speelt iedereen weer.
Aandachtspunten:
*Thijs heeft een grote mond en vraagt om goede aanpak
*Verliefd stel moet appart zitten
5e lesuur
Laatste groep vandaag is weer een brugklas en die contrastreert ook weer met de eerdere brugklas van het 3e lesuur. Bijna de hele les wordt er gezongen. Alle liedjes van hoofdstuk 1 achter elkaar. Daarna komt onze tante uit Marokko langs en het "Jaap Zwart-lied" staat nog op het bord en word aangeleerd. Paul kent Jaap Zwart niet en dit is de naam die ik voor het lied heb bedacht. In het lied word de toonladder in 'do, re, mi'-vorm gezongen en dat is voor mij ook even oefenen, aangezien ik les heb van A.Berends die overigens ook hier heeft stagegelopen bij Paul.
Aandachtspunten:
*Rustige klas
*Bescheiden zang, komt nog niet veel uit
Dat was mijn observatiedag in Amersfoort. Vrijdag a.s. mag ik delen van de lessen van de bovenbouwgroepen gaan invullen, hierover volgt eerst nog overleg via emailcontact.
Goodnight.
Het begon allemaal goed vanmorgen toen ik om 6:45uur opstond. Rustig ontbijten, douchen, fietsen naar het station. Ík was op tijd op het station maar het ándere belangrijke deel, namelijk de trein, was niet op tijd. Na 15 min. vertrok de intercity richting Enschedé dan eindelijk. Op Amersfoort CS lukte het ook niet gelijk om een andere bus te vinden dan in de planning stond. Dan maar bus 70 richting Hilversum die mij om 8.40 afleverde in de buurt van de school. Zodra ik uitstapte klopte de omgeving niet met waar ik volgens 9292ov zou zijn uitgestapt met de bus waarmee ik had moeten komen. Na een half uur verdwaald te zijn, en scholieren op fietsen achtervolgd te hebben, betreed ik het terrein van het Nieuwe Eemland. Het zou net zo goed een campus in Engeland kunnen zijn waar ik loop, maar gelukkig heb ik de foto's van de website in m'n hoofd en komen die aardig overeen, op het Schotse weer van vandaag na. Het gebouw dat veel wegheeft van een kasteel, staat er al enige tijd. In de afgelopen decennia zijn er wat stukken aangebouwd en biedt het gebouw ruimte voor 1300 leerlingen. Verdwalen is niet moeilijk want door alle aanbouw is er geen vaste structuur meer te herkennen. Het muzieklokaal bevindt zich appart van het hoofdgebouw en is volgens de conciërge die me de weg wijst het mooiste lokaal van de school. Het lokaal bevat het bekende instrumentarium van combo instrumenten tot keyboards en marimba's. Een trap leidt naar de zolder die extra ruimte biedt voor bijv. het oefenen van de speelstukken.
Dan ontmoet ik de man waarmee ik al telefonische en emailcontact heb gehad, voor en in de herfstvakantie. Zijn naam is Paul Koolen en hij geeft les sinds lang voor de tijd dat mijn moeder mijn bestaan in de planning had. Hij is geboren, getogen en woont in de zuiderlijke streken van het land: limburg. En het is daarom niet gek dat hij van de blaasinstrumenten en harmonie is. (Overigens de eerste in Nederland die hoofdvak bügel heeft gestudeerd)
Het 2e lesuur
De eerste les die ik bijwoon. Een 5 vwo groepje van 5 meiden, dat is het... Ze beginnen met solfége en oefenen zelfstandig zonder hulp van een instument een melodie in D groot. Dan komen ze weer bij elkaar en laten horen wat ze kunnen. De ene meid heeft alvast de volgende 2 regels geoefend. De andere kon net nog voor zichzelf de eerste regel, maar de spanning is nu iets te veel. Ijverig zijn ze alle 5 en het verbaast me wat ze allemaal al kunnen. Aan het eind van de les laten ze hun zangkwaliteiten en -enthousiasme horen. Ze kennen meerdere 4-stemmige stukken uit het hoofd.
Pauze
3e lesuur
Dan nu een brugklas. Ik zit tussen de leerlingen aan de zijkant en kijk hoe Paul deze klas controleert. Deze klas is enthousiast en moet de grenzen van het uiten hiervan leren kennen. Paul is een docent die weet hoe ie het hebben wil. Hij geeft ruimte voor een goede sfeer en gezelligheid maar corrigeert op het punt waar het gedrag hinderlijk wordt. De leerlingen met de brutaalste mond pakt hij het snelst en hardst aan.
Aandachtspunten:
* Het meisje in de hoek staat haar woordje klaar
* De jongen in midden van de middelste rij zit graag achterom.
Pauze
4e lesuur
Een 2e klas waarin het niveauverschil met de vorige groep direct te merken is. Deze leerlingen voelen zich al meer thuis en de 'stoere' jongens kan je eruit pikken. Eén jongen doet iets te stoer en word na meerdere opmerkingen aangesproken en krijgt straf voor na schooltijd, 'en een telefoontje naar huis' wordt toegevoegd. Nu kan hij het niet laten hier ook nog eens een opmerking over te maken en voor meneer Koolen is de maat vol: "Sodemieter maar op". De stilte vult de ruimte en je hoort de harten kloppen.
Na dit punt komt er vrij snel weer een ontspannen sfeer terug in de rustige spreektoon van Paul en hij gaat rustig verder met uitleggen van de termen consonsant, dissonant, beat, afterbeat etc.
De leerlingen gaan zelfstandig aan de slag met een speelstuk en laten aan het eind van de les samen horen waar zo hard op geoefend is. De leerling die het perfect kan laat het in solo horen en daarna speelt iedereen weer.
Aandachtspunten:
*Thijs heeft een grote mond en vraagt om goede aanpak
*Verliefd stel moet appart zitten
5e lesuur
Laatste groep vandaag is weer een brugklas en die contrastreert ook weer met de eerdere brugklas van het 3e lesuur. Bijna de hele les wordt er gezongen. Alle liedjes van hoofdstuk 1 achter elkaar. Daarna komt onze tante uit Marokko langs en het "Jaap Zwart-lied" staat nog op het bord en word aangeleerd. Paul kent Jaap Zwart niet en dit is de naam die ik voor het lied heb bedacht. In het lied word de toonladder in 'do, re, mi'-vorm gezongen en dat is voor mij ook even oefenen, aangezien ik les heb van A.Berends die overigens ook hier heeft stagegelopen bij Paul.
Aandachtspunten:
*Rustige klas
*Bescheiden zang, komt nog niet veel uit
Dat was mijn observatiedag in Amersfoort. Vrijdag a.s. mag ik delen van de lessen van de bovenbouwgroepen gaan invullen, hierover volgt eerst nog overleg via emailcontact.
Goodnight.
maandag 1 juni 2009
27/05
Ik heb scene 3 en 4 ingestudeerd en het 3e lied ingestudeerd. Het lied is vrij lastig qua melodie maar ik vond het een goede uitdaging voor het niveau van deze groep. Ik kreeg een uur de tijd en precies op de minuut was ik klaar met het doornemen van beide scenes. Progressie in het tijd aanhouden dus.
Aandachtspunt:
Maak afspraken van te voren zodat tijdens het doornemen van de scenes er niet steeds ruis ontstaat waar je op moet reageren.
Aandachtspunt:
Maak afspraken van te voren zodat tijdens het doornemen van de scenes er niet steeds ruis ontstaat waar je op moet reageren.
zaterdag 25 april 2009
Reflectie 22/04
Juf Maureen:
Warming-up duurt heel lang. Wat is het doel van napraten? (mimiek, drama?)
Denk aan de hoogte. Kinderen zingen een octaaf hoger. Geef die toonhoogte aan.
Kring. Toch maar wel jongen-meisje (Rafael, Jules & Marc)
Je bent heel duidelijk betreft alle goede ideeën die je niet alemaal hebt kunnen verwerken.
Je staat open voor ideeën.
Wanneer een kind aan het word is wil je dan zeggen dat de andere kinderen stil moeten zijn.
Goede opbouw van de les.
Vandaag was ik veel expressiever dan gewoonlijk bezig. Ik merkte dat dit positief werkt bij de klas. Zij worden ook expressiever en ze gaan meer op in het verhaal, vooral in het zingen. Voor mijn gevoel heb ik dat overdriven, maar nu was het gewenste resultaat er pas.
Voor de volgende keer:
- Warming-up kort houden
- Toonhoogte van de kinderen in de gaten houden
- Expressiviteit vasthouden, voor mijn gevoel blijven overdrijven
Warming-up duurt heel lang. Wat is het doel van napraten? (mimiek, drama?)
Denk aan de hoogte. Kinderen zingen een octaaf hoger. Geef die toonhoogte aan.
Kring. Toch maar wel jongen-meisje (Rafael, Jules & Marc)
Je bent heel duidelijk betreft alle goede ideeën die je niet alemaal hebt kunnen verwerken.
Je staat open voor ideeën.
Wanneer een kind aan het word is wil je dan zeggen dat de andere kinderen stil moeten zijn.
Goede opbouw van de les.
Vandaag was ik veel expressiever dan gewoonlijk bezig. Ik merkte dat dit positief werkt bij de klas. Zij worden ook expressiever en ze gaan meer op in het verhaal, vooral in het zingen. Voor mijn gevoel heb ik dat overdriven, maar nu was het gewenste resultaat er pas.
Voor de volgende keer:
- Warming-up kort houden
- Toonhoogte van de kinderen in de gaten houden
- Expressiviteit vasthouden, voor mijn gevoel blijven overdrijven
Reflectie 15/04
Lied aanleren: Handschrift op het bord wel onduidelijk
- Duidelijk met tekst op het bord geschreven in verschillende hoogtes
- Tip: Ook zonder gitaar, dan hoor jij de eventuele foutjes van de kinderen
- Leuk de wegveegmethode
- Aftellen voordat je begint te zingen. Of intro op de gitaar.
- Liedje in stukjes verdeeld. De kinderen doen het goed. Het zou leuk zijn om na die stukjes toch alles nog te zingen, ondanks tijdgebrek
Opdracht wordt binnen 30 sec. Uitgelegd. Is de opdracht voor iedereen duidelijk? Pak terug op vorige week: “Al die leuke ideeën war we toen geen tijd voor hadden. Daar krijg je nu de kans voor!” Enthousiasmeer ze!
Kortom:
- Ik ga in de komende les voor mijn gevoel overdrijven in het expressief vertellen en enthousiasmeren.
- Bij het zingen laat ik de klas tussendoor acapella zingen
- Duidelijk met tekst op het bord geschreven in verschillende hoogtes
- Tip: Ook zonder gitaar, dan hoor jij de eventuele foutjes van de kinderen
- Leuk de wegveegmethode
- Aftellen voordat je begint te zingen. Of intro op de gitaar.
- Liedje in stukjes verdeeld. De kinderen doen het goed. Het zou leuk zijn om na die stukjes toch alles nog te zingen, ondanks tijdgebrek
Opdracht wordt binnen 30 sec. Uitgelegd. Is de opdracht voor iedereen duidelijk? Pak terug op vorige week: “Al die leuke ideeën war we toen geen tijd voor hadden. Daar krijg je nu de kans voor!” Enthousiasmeer ze!
Kortom:
- Ik ga in de komende les voor mijn gevoel overdrijven in het expressief vertellen en enthousiasmeren.
- Bij het zingen laat ik de klas tussendoor acapella zingen
donderdag 9 april 2009
De muscial
Belangrijk voor mogelijke bloglezers, dit is het verhaal van mijn musical:
(TITEL)
Ergens in de ruimte, ver van de planeet Aarde, ver van ons zonnenstelsel de Melkweg, wel 15 miljard lichtjaren hier vandaan, bevind zich de planeet Prisma. De planeet heeft de vorm van een halve bol, niet rond en bol zoals wij planeten kennen. De naam Prisma is niet zomaar een naam die verzonnen is, die is bewust gekozen omdat het iets vertelt over de bijzonderheid van de planeet. Er is namelijk altijd 1 hele grote regenboog die helemaal van het westen tot het oosten buigt. Dit komt doordat het altijd regent in het midden van de planeet en de zon altijd aan de horizon schijnt. De regenboog is heel belangrijk voor de planeet met zijn bewoners. Het licht van de kleurrijke regenboog zorgt namelijk ervoor dat:
1. Er Prisplanten groeien die de bewoners van Prisma, ook wel Prismo’s genoemd, eten om te kunnen leven. Elke prisplant is regenboogachtig gekleurd en heeft daardoor verschillende smaken door elkaar.
2. De regenboog zorgt er ook voor dat elke Prismo regenbooggekleurd is en dit regenbooglicht schijnt waar hij komt. Zonder dit regenbooglicht is de Prismo nutteloos blanco, zonder licht of kleur en word hij doodongelukkig.
Eens in de duizend jaar word het zonlicht voor een dag verhinderd doordat er een maan tussen de zon en Prisma in komt staan die het licht van de zon tegenhoud. Het zonlicht word 24 uur verhinderd. Hierdoor verdwijnt de regenboog voor een tijdje. Dit heeft ernstige gevolgen:
Er groeien geen Prisplanten meer waardoor er geen eten is voor de Prismo’s. En nog erger, de Prismo’s verliezen hun regenboogkleur en worden blanco waardoor de Prismo geen licht meer verspreid. De Prismo heeft liever licht dan geen licht, en daarom is het gevaarlijk als de regenboog verdwijnt..
Er is namelijk nog een andere bevolking op de planeet Prisma, zij kunnen het regenbooglicht niet verdragen omdat zij het zwarte licht in zich hebben. Zodra zij regenbooglicht over zich heen krijgen, worden zij weer een regenbooggekleurde Prismo. Alleen, zolang zij vervuld zijn met het zwarte licht, willen zij dit absoluut niet. Zij worden de duistere prismo’s genoemd. Dit zwarte licht zorgt ervoor dat een Prismo onder de macht van de duistere vorst Duistermacht valt en hij vergeet wat kleur is. De duistere Prismo’s zijn onder de macht van de duistere vorst Duistermacht gevallen tijdens de vorige regenboogverdwijnramp en wonen sindsdien in de bergkloof in het zuiden waar het regenbooglicht niet schijnt.
De duistere vorst Duistermacht en zijn duistere prismo’s weten maar al te goed dat er een regenboogverdwijnramp staat te gebeuren. Het is namelijk inmiddels duizend jaar geleden dat dit voor het laatst gebeurde, dat betekent dat spoedig de maan weer voor de zon zal komen te staan. Zij smeden een plan om de Prismo’s te kunnen verleiden om het zwarte licht aan te nemen zodra de regenboog verdwijnt. Dit zwarte licht zorgt er voor dat de Prismo onder de macht van de duistere vorst Duistermacht valt en vergeet wat kleur is.
De Prismo’s beseffen dat ze de maan niet kunnen stoppen en de zon niet kunnen verplaatsen. Er zal iets op planeet Prisma moeten gebeuren om voor regenbooglicht te zorgen.
Maar de Prismo’s komen er niet uit, en het lot slaat toe. Het word duister en het grootste deel van de Prismo bevolking laat zich verleiden om het zwarte licht aan te nemen.
Er is echter nog een groepje Prismo’s over die weigert het zwarte licht aan te nemen
Ze gaan naar de oude wijze Prismo, Fonkelstijn genaamd. Hij is oud en wijs en hij is deskundig op het gebied van de van de regenboog. Van de oorsprong van de regenboog tot de geschiedenis van de regenboogverdwijnrampen tot nu toe, een boekenkast vol boeken heeft hij erover gelezen. Hij is zo oud en heeft zo lang in het licht van de regenboog geleefd dat hij altijd regenbooggekleurd blijft, zelfs als de regenboog een tijdje niet schijnt. Hij woont helemaal in het oosten. Daarom moeten de Prismo’s reizen om hem om raad te kunnen vragen. Eenmaal aangekomen bij de wijze Fonkelstijn vertellen ze dat heel het Prismo volk gevallen is voor het zwarte licht en vragen ze hem of hij hun goede raad kan geven.
De wijze Fonkelstijn bedenkt samen met de Prismo’s een oplossing:
De oude wijze Fonkelstijn vertelt:
Er bestaat een mythe, dat als de Prismo muziekmaakt er een regenboog gaat schijnen. 1 voorwaarde is alleen dat in de muziek de kleuren blauw, geel en rood moeten worden uitgebeeld in klank. Zodra alle drie de kleuren tegelijk klinken ontstaat er een regenboog.
Ze gaan onder leiding van de oude wijze Prismo leren de kleuren blauw, geel en rood uit te beelden in klank. Dan reizen ze naar de donkere bergkloof in het zuiden waar ze in het midden van de kloof hun muziek zullen laten klinken waardoor midden in de kloof een regenboog zal ontstaan en alle Prismo’s weer normaal zullen worden.
Dit voeren ze uit en alle Prismo’s en zelfs Duistermacht en zijn raadgever worden gekleurd. Niet lang daarna is de zonsverduistering over en schijnt er in het midden van Prisma weer een grote regenboog.
(TITEL)
Ergens in de ruimte, ver van de planeet Aarde, ver van ons zonnenstelsel de Melkweg, wel 15 miljard lichtjaren hier vandaan, bevind zich de planeet Prisma. De planeet heeft de vorm van een halve bol, niet rond en bol zoals wij planeten kennen. De naam Prisma is niet zomaar een naam die verzonnen is, die is bewust gekozen omdat het iets vertelt over de bijzonderheid van de planeet. Er is namelijk altijd 1 hele grote regenboog die helemaal van het westen tot het oosten buigt. Dit komt doordat het altijd regent in het midden van de planeet en de zon altijd aan de horizon schijnt. De regenboog is heel belangrijk voor de planeet met zijn bewoners. Het licht van de kleurrijke regenboog zorgt namelijk ervoor dat:
1. Er Prisplanten groeien die de bewoners van Prisma, ook wel Prismo’s genoemd, eten om te kunnen leven. Elke prisplant is regenboogachtig gekleurd en heeft daardoor verschillende smaken door elkaar.
2. De regenboog zorgt er ook voor dat elke Prismo regenbooggekleurd is en dit regenbooglicht schijnt waar hij komt. Zonder dit regenbooglicht is de Prismo nutteloos blanco, zonder licht of kleur en word hij doodongelukkig.
Eens in de duizend jaar word het zonlicht voor een dag verhinderd doordat er een maan tussen de zon en Prisma in komt staan die het licht van de zon tegenhoud. Het zonlicht word 24 uur verhinderd. Hierdoor verdwijnt de regenboog voor een tijdje. Dit heeft ernstige gevolgen:
Er groeien geen Prisplanten meer waardoor er geen eten is voor de Prismo’s. En nog erger, de Prismo’s verliezen hun regenboogkleur en worden blanco waardoor de Prismo geen licht meer verspreid. De Prismo heeft liever licht dan geen licht, en daarom is het gevaarlijk als de regenboog verdwijnt..
Er is namelijk nog een andere bevolking op de planeet Prisma, zij kunnen het regenbooglicht niet verdragen omdat zij het zwarte licht in zich hebben. Zodra zij regenbooglicht over zich heen krijgen, worden zij weer een regenbooggekleurde Prismo. Alleen, zolang zij vervuld zijn met het zwarte licht, willen zij dit absoluut niet. Zij worden de duistere prismo’s genoemd. Dit zwarte licht zorgt ervoor dat een Prismo onder de macht van de duistere vorst Duistermacht valt en hij vergeet wat kleur is. De duistere Prismo’s zijn onder de macht van de duistere vorst Duistermacht gevallen tijdens de vorige regenboogverdwijnramp en wonen sindsdien in de bergkloof in het zuiden waar het regenbooglicht niet schijnt.
De duistere vorst Duistermacht en zijn duistere prismo’s weten maar al te goed dat er een regenboogverdwijnramp staat te gebeuren. Het is namelijk inmiddels duizend jaar geleden dat dit voor het laatst gebeurde, dat betekent dat spoedig de maan weer voor de zon zal komen te staan. Zij smeden een plan om de Prismo’s te kunnen verleiden om het zwarte licht aan te nemen zodra de regenboog verdwijnt. Dit zwarte licht zorgt er voor dat de Prismo onder de macht van de duistere vorst Duistermacht valt en vergeet wat kleur is.
De Prismo’s beseffen dat ze de maan niet kunnen stoppen en de zon niet kunnen verplaatsen. Er zal iets op planeet Prisma moeten gebeuren om voor regenbooglicht te zorgen.
Maar de Prismo’s komen er niet uit, en het lot slaat toe. Het word duister en het grootste deel van de Prismo bevolking laat zich verleiden om het zwarte licht aan te nemen.
Er is echter nog een groepje Prismo’s over die weigert het zwarte licht aan te nemen
Ze gaan naar de oude wijze Prismo, Fonkelstijn genaamd. Hij is oud en wijs en hij is deskundig op het gebied van de van de regenboog. Van de oorsprong van de regenboog tot de geschiedenis van de regenboogverdwijnrampen tot nu toe, een boekenkast vol boeken heeft hij erover gelezen. Hij is zo oud en heeft zo lang in het licht van de regenboog geleefd dat hij altijd regenbooggekleurd blijft, zelfs als de regenboog een tijdje niet schijnt. Hij woont helemaal in het oosten. Daarom moeten de Prismo’s reizen om hem om raad te kunnen vragen. Eenmaal aangekomen bij de wijze Fonkelstijn vertellen ze dat heel het Prismo volk gevallen is voor het zwarte licht en vragen ze hem of hij hun goede raad kan geven.
De wijze Fonkelstijn bedenkt samen met de Prismo’s een oplossing:
De oude wijze Fonkelstijn vertelt:
Er bestaat een mythe, dat als de Prismo muziekmaakt er een regenboog gaat schijnen. 1 voorwaarde is alleen dat in de muziek de kleuren blauw, geel en rood moeten worden uitgebeeld in klank. Zodra alle drie de kleuren tegelijk klinken ontstaat er een regenboog.
Ze gaan onder leiding van de oude wijze Prismo leren de kleuren blauw, geel en rood uit te beelden in klank. Dan reizen ze naar de donkere bergkloof in het zuiden waar ze in het midden van de kloof hun muziek zullen laten klinken waardoor midden in de kloof een regenboog zal ontstaan en alle Prismo’s weer normaal zullen worden.
Dit voeren ze uit en alle Prismo’s en zelfs Duistermacht en zijn raadgever worden gekleurd. Niet lang daarna is de zonsverduistering over en schijnt er in het midden van Prisma weer een grote regenboog.
08/04/2009
Lesinhoud:
Ik heb het openingslied van de musical geschreven en die wil ik aanleren. Hoofddoel is echter het vastleggen van het verhaal en scenes verdelen d.m.v. een klassengesprek. Hierbij gebruik ik het bord en betrek ik zoveel mogelijk leerlingen, ook de stille.
Leerdoelen:
- De leerlingen participeren in het groepsgesprek en geven mogelijkheden voor de sceneverdeling. Dit leg ik vast.
- De klas zingt het lied zonder teksthulp, zuiver en goed getimed. Overtuiging eisen.
Reflectie:
Ik begon de les met een warming-up en het aanleren van het refrein van het openingslied.Op het eind van de les zou ik terug komen op het lied en ook de coupletten aanleren.
Voor het klassengesprek had ik 20min. willen uittrekken, dit werd 35min. Hoewel ik de tijd in de gaten had besefte ik dat het ook tijd kost om het hele verhaal vast te leggen met de klas samen en besloot ik alvast het hele openeningslied de volgende keer aan te leren.
Het verhaal is vastgelegd d.m.v. het klassengesprek waarin iedereen participeerde.
De klas kan het refrein uit het hoofd, zuiver en goed getimed zingen met bijhorende door een leerling verzonnen gebaren. De overtuiging is er uiteindelijk als ik het lied beeldend voor ze heb gemaakt en ze zich inleven in dat ze straks op het podium staan en de achterste rij mensen het ook moet kunnen verstaan.
De volgende keer moet het openingslied ingestudeerd worden en laat ik de leerlingen in groepjes de scene’s invullen op een door mij gemaakt A4. Dit werk ik om tot 1 verhaal met sceneverdeling en inhoud die iedere leerling krijgt. Dan kan er begonnen worden met het toneelspelen.
Ik heb het openingslied van de musical geschreven en die wil ik aanleren. Hoofddoel is echter het vastleggen van het verhaal en scenes verdelen d.m.v. een klassengesprek. Hierbij gebruik ik het bord en betrek ik zoveel mogelijk leerlingen, ook de stille.
Leerdoelen:
- De leerlingen participeren in het groepsgesprek en geven mogelijkheden voor de sceneverdeling. Dit leg ik vast.
- De klas zingt het lied zonder teksthulp, zuiver en goed getimed. Overtuiging eisen.
Reflectie:
Ik begon de les met een warming-up en het aanleren van het refrein van het openingslied.Op het eind van de les zou ik terug komen op het lied en ook de coupletten aanleren.
Voor het klassengesprek had ik 20min. willen uittrekken, dit werd 35min. Hoewel ik de tijd in de gaten had besefte ik dat het ook tijd kost om het hele verhaal vast te leggen met de klas samen en besloot ik alvast het hele openeningslied de volgende keer aan te leren.
Het verhaal is vastgelegd d.m.v. het klassengesprek waarin iedereen participeerde.
De klas kan het refrein uit het hoofd, zuiver en goed getimed zingen met bijhorende door een leerling verzonnen gebaren. De overtuiging is er uiteindelijk als ik het lied beeldend voor ze heb gemaakt en ze zich inleven in dat ze straks op het podium staan en de achterste rij mensen het ook moet kunnen verstaan.
De volgende keer moet het openingslied ingestudeerd worden en laat ik de leerlingen in groepjes de scene’s invullen op een door mij gemaakt A4. Dit werk ik om tot 1 verhaal met sceneverdeling en inhoud die iedere leerling krijgt. Dan kan er begonnen worden met het toneelspelen.
01/04/2009
Vandaag wilde ik mijn zelfbedachte verhaal voorlezen. Dit verhaal bevatte gaten ('hm-hm') die op gevuld moesten worden met namen die de kinderen moesten verzinnen.
Eerst las ik het verhaal voor en daarna nog een keer en in de loop van het verhaal 1 voor 1 de 'hm-hm's vervangen met namen die zij bedachten.
Als afsluiting 'In The Jungle' zingen.
Vandaag kwam Christiane op stagebezoek. Zij schreef het volgende:
Inhoud les:
Er is een groot gedeelte (bijna 40 minuten) van je les naar het verhaal gegaan en maar 5 minuten naar een bekend lied. Onder deze omstandigheden was dat even nodig, maar ik heb daardor niet zoveel vakdidactie van je kunnen zien.
Verzorging materiaal:
Heb ik niet gezien omdat je het niet hebt uitgeprint. Wil je me die nog mailen?
Organisatie:
Je hebt je heel goed aan de tijd gehouden, prima! Ik zou die laptop een iets minder prominente rol in je les laten spelen (zie ook hieronder). Bordgebruik geeft meer bewegelijkheid, inzichtelijkheid van je les (voor de kinderen) en daardoor meer betrokkenheid van de kinderen.
Instructie:
Denk om je taalgebruik, soms ben je wat te moeilijk
Herhaal gegeven antwoorden; je zegt nu ‘ja’ of ‘kweenie..’
Betrek de hele groep bij een gesprek dat je voert met één kind, het is nu heel statisch en 1 op 1.
Omgang met de groep:
Het eerste deel van de les was erg docentgericht en docentgestuurd. Ik heb daardoor nog niet zoveel kunnen zien.
Verhaal vertellen: Je introduceert het verhaal in de groep. Probeer de klas te enthousiasmeren door gevarieerd stemgebruik en expressie, zoals het nu uitziet zou het ook kunnen dat je instructie geeft voor het invullen van een belastingformulier. Maak het spannend, maak het sprankelend, betrek de kinderen erbij!
Je vertelt het ‘hm-hm’ verhaal vanaf de laptop. Woorden als ‘duister’, ‘echter’, ‘spoedig’, ‘verhinderd’, ‘verleiden tot het aannemen van het zwarte licht’, ‘onder de macht vallen van de zwarte hm-hm’.
Denk je dat de kinderen dit taalgebruik begrijpen? Ze zijn pas 8 jaar oud...
Je gaat na het vertellen van het verhaal meteen over tot ’t invullen van de ‘hm-hm’s’. Ga je niet te snel? Hebben de kinderen het verhaal begrepen? Misschien kun je de kinderen beter eerst het verhaal in eigen woorden laten vertellen; dan heb je het vanaf dat moment over hetzelfde.
Zorg dat je gegeven antwoorden herhaalt en dat je er een ‘klassengesprek’ van maakt: betrek alle kinderen in het gesprek, laat kinderen op elkaar reageren, vraag kinderen (de stille!) naar hun mening over ’t idee van een ander (degene die elke keer ’t antwoord geeft).
Pas als de kinderen rolverdelen wordt je echt enthousiast en is dat ook aan je te zien en zien we je lachten en een beetje bewegen. DAN wordt ’t leuk!! Probeer dat veel meer te doen, laat je eigen plezier en enthousiasme zien.
Goed idee dat je zelf meedoet als Fonkelstein!! Leuk!
Leuk dat de kinderen uiteindelijk erg enthousiast worden. Ze hebben er zin in!
Muzikaltiteit:
Ik heb niet zo heel veel kunen zien. Je inzingen is leuk; hier laat je meer van jezelf zien.
“In The Jungle”-> goed idee dat je toon overneemt. Zorg wel dat je tacteert; het “A woeoeoeoe” zakt nu in, de spanningsboog verdwijnt. Het maakt je nu ook krachtig. Daarom deed je het wel; veel beter! DENK EROM! NIET AFTELLEN!! Je bent muziekdocent.
Uit de nabespreking hebben Christiane en ik 2 hoofdpunten geconcludeerd:
1. Ik mag nog veel meer expressie toepassen in m’n vertellen en spreken met de klas
2. De laptop moet ik niet tijdens de les gebruiken. Deze schept afstand doordat de leerlingen niet kunnen zien wat ik doe. Gebruik van bord is beter.
Juf Maureen schreef het volgende:
- Je bent consequent betreft vingers. Houd wel de lieve kinderen die keurig op hun beurt wachten in de gaten. Zij worden vergeten
- Je blijft heel rustig
- Goed, je houdt de tijd in de gaten
- Leuke afsluiting: In The Jungle
- Wat is het doel van de computer. Vind ik vrij onrustig. Duurt allemaal zo lang.
- Let op. Kinderen zingen vrij hoog dus zet het lied hoog in.
Conclusie:
1. Let op de stille kinderen die ook hun vinger opsteken
2. Laptop weg
3. Let op de intonatie van de kinderen bij het zingen
Eerst las ik het verhaal voor en daarna nog een keer en in de loop van het verhaal 1 voor 1 de 'hm-hm's vervangen met namen die zij bedachten.
Als afsluiting 'In The Jungle' zingen.
Vandaag kwam Christiane op stagebezoek. Zij schreef het volgende:
Inhoud les:
Er is een groot gedeelte (bijna 40 minuten) van je les naar het verhaal gegaan en maar 5 minuten naar een bekend lied. Onder deze omstandigheden was dat even nodig, maar ik heb daardor niet zoveel vakdidactie van je kunnen zien.
Verzorging materiaal:
Heb ik niet gezien omdat je het niet hebt uitgeprint. Wil je me die nog mailen?
Organisatie:
Je hebt je heel goed aan de tijd gehouden, prima! Ik zou die laptop een iets minder prominente rol in je les laten spelen (zie ook hieronder). Bordgebruik geeft meer bewegelijkheid, inzichtelijkheid van je les (voor de kinderen) en daardoor meer betrokkenheid van de kinderen.
Instructie:
Denk om je taalgebruik, soms ben je wat te moeilijk
Herhaal gegeven antwoorden; je zegt nu ‘ja’ of ‘kweenie..’
Betrek de hele groep bij een gesprek dat je voert met één kind, het is nu heel statisch en 1 op 1.
Omgang met de groep:
Het eerste deel van de les was erg docentgericht en docentgestuurd. Ik heb daardoor nog niet zoveel kunnen zien.
Verhaal vertellen: Je introduceert het verhaal in de groep. Probeer de klas te enthousiasmeren door gevarieerd stemgebruik en expressie, zoals het nu uitziet zou het ook kunnen dat je instructie geeft voor het invullen van een belastingformulier. Maak het spannend, maak het sprankelend, betrek de kinderen erbij!
Je vertelt het ‘hm-hm’ verhaal vanaf de laptop. Woorden als ‘duister’, ‘echter’, ‘spoedig’, ‘verhinderd’, ‘verleiden tot het aannemen van het zwarte licht’, ‘onder de macht vallen van de zwarte hm-hm’.
Denk je dat de kinderen dit taalgebruik begrijpen? Ze zijn pas 8 jaar oud...
Je gaat na het vertellen van het verhaal meteen over tot ’t invullen van de ‘hm-hm’s’. Ga je niet te snel? Hebben de kinderen het verhaal begrepen? Misschien kun je de kinderen beter eerst het verhaal in eigen woorden laten vertellen; dan heb je het vanaf dat moment over hetzelfde.
Zorg dat je gegeven antwoorden herhaalt en dat je er een ‘klassengesprek’ van maakt: betrek alle kinderen in het gesprek, laat kinderen op elkaar reageren, vraag kinderen (de stille!) naar hun mening over ’t idee van een ander (degene die elke keer ’t antwoord geeft).
Pas als de kinderen rolverdelen wordt je echt enthousiast en is dat ook aan je te zien en zien we je lachten en een beetje bewegen. DAN wordt ’t leuk!! Probeer dat veel meer te doen, laat je eigen plezier en enthousiasme zien.
Goed idee dat je zelf meedoet als Fonkelstein!! Leuk!
Leuk dat de kinderen uiteindelijk erg enthousiast worden. Ze hebben er zin in!
Muzikaltiteit:
Ik heb niet zo heel veel kunen zien. Je inzingen is leuk; hier laat je meer van jezelf zien.
“In The Jungle”-> goed idee dat je toon overneemt. Zorg wel dat je tacteert; het “A woeoeoeoe” zakt nu in, de spanningsboog verdwijnt. Het maakt je nu ook krachtig. Daarom deed je het wel; veel beter! DENK EROM! NIET AFTELLEN!! Je bent muziekdocent.
Uit de nabespreking hebben Christiane en ik 2 hoofdpunten geconcludeerd:
1. Ik mag nog veel meer expressie toepassen in m’n vertellen en spreken met de klas
2. De laptop moet ik niet tijdens de les gebruiken. Deze schept afstand doordat de leerlingen niet kunnen zien wat ik doe. Gebruik van bord is beter.
Juf Maureen schreef het volgende:
- Je bent consequent betreft vingers. Houd wel de lieve kinderen die keurig op hun beurt wachten in de gaten. Zij worden vergeten
- Je blijft heel rustig
- Goed, je houdt de tijd in de gaten
- Leuke afsluiting: In The Jungle
- Wat is het doel van de computer. Vind ik vrij onrustig. Duurt allemaal zo lang.
- Let op. Kinderen zingen vrij hoog dus zet het lied hoog in.
Conclusie:
1. Let op de stille kinderen die ook hun vinger opsteken
2. Laptop weg
3. Let op de intonatie van de kinderen bij het zingen
dinsdag 31 maart 2009
25 maart 2009: Kennismaking
25/03/2009 8:30 – 9:00
Kennismaking
Ik heb mezelf voorgesteld en verteld dat we voor de zomervakantie een musical gaan uitvoeren. Daarna heb ik kladblaadjes uitgedeeld met de opdracht de volgende persoonlijke gegevens op te schrijven: naam, geboortedatum, lievelingsverhaal, lievelingskleur en instrument.
Hierna heb ik met de klas “In the jungle” gezongen voorafgaand met een warming-up waarbij heel enthousiast meegedaan werd. Ik zong voor en liet meezingen wie het kende. Daarna nog een keer met de hele groep. Een leerling vertelde dat het schoollied op deze melodie is geschreven en ik liet de klas daarom het eerste couplet (want meer kende ze niet uit het hoofd) zingen. Nog één keer het couplet “In the jungle” met gebaren bij “the ‘In the jungle, the mighty jungle’, ‘the lion’ en ‘sleeps tonight’. De klas is heel braaf in gedrag en verlegen in het zingen. Met de gebaren was er meer volume, dit ga ik dus meer gebruiken.
Voor de volgende keer:
- Klas meer uitdagen om volume te maken, de boodschap over te brengen
- Kracht van het voor- en nadoen bij de warming-up gebruiken bij het zingen
- De klas gebaren laten verzinnen bij het zingen
Briefjes gebruiken om een concept te maken waarin met de klas een verhaal kan worden bedacht
Kennismaking
Ik heb mezelf voorgesteld en verteld dat we voor de zomervakantie een musical gaan uitvoeren. Daarna heb ik kladblaadjes uitgedeeld met de opdracht de volgende persoonlijke gegevens op te schrijven: naam, geboortedatum, lievelingsverhaal, lievelingskleur en instrument.
Hierna heb ik met de klas “In the jungle” gezongen voorafgaand met een warming-up waarbij heel enthousiast meegedaan werd. Ik zong voor en liet meezingen wie het kende. Daarna nog een keer met de hele groep. Een leerling vertelde dat het schoollied op deze melodie is geschreven en ik liet de klas daarom het eerste couplet (want meer kende ze niet uit het hoofd) zingen. Nog één keer het couplet “In the jungle” met gebaren bij “the ‘In the jungle, the mighty jungle’, ‘the lion’ en ‘sleeps tonight’. De klas is heel braaf in gedrag en verlegen in het zingen. Met de gebaren was er meer volume, dit ga ik dus meer gebruiken.
Voor de volgende keer:
- Klas meer uitdagen om volume te maken, de boodschap over te brengen
- Kracht van het voor- en nadoen bij de warming-up gebruiken bij het zingen
- De klas gebaren laten verzinnen bij het zingen
Briefjes gebruiken om een concept te maken waarin met de klas een verhaal kan worden bedacht
Abonneren op:
Reacties (Atom)
